Tuesday, March 13, 2012

Splitsen of delen

door Pieter Cleppe

Oorspronkelijk gepubliceerd op De Dagelijkse Standaard, 27 september, 2011

Een debat is op gang gekomen over wat de kost zou zijn van het opbreken van de eurozone. Na de studie van Rabobank een jaar geleden, kwam onlangs ook UBS uit met een rapport, evenals Citi en de Duitse Staatsbank een jaar geleden, kwam onlangs ook UBS uit met een rapport, evenals en de Duitse Staatsbank KfW. Ik heb het hier niet over de cijfers die de Nederlandse regering gelekt heeft, en die enkel duidelijk maken dat een Grieks failliet Nederland 120 miljard euro zouden kunnen kosten. Dat is de prijs die Nederland zou betalen om de euro daarna nog verder overeind te houden door het ver(vier)dubbelen van het huidige reddingsfonds EFSF. Deze rapporten gaan over de kost om de euro te beëindigen. De ware afweging is immers: de euro splitsen of welvaart delen.

Deze fundamentele keuze komt dichterbij, en de tussenoplossing – aanmodderen – wordt duurder met de dag, zeker nu de Europese Centrale Bank voor miljarden euro’s aan Spaanse en Italiaanse overheidsobligaties opkoopt, om hun herfinancieringskost te drukken. “Er is geen stabiele middenweg”, zoals de nieuwe Bundesbank – voorzitter Jens Weidmann in dit verband stelt.

Een geïsoleerd Grieks faillissement is denkbaar, maar het is niet onwaarschijnlijk dat dit op korte termijn wordt gevolgd door het faillissement van Portugal of zelfs Ierland. Die twee laatste landen worden wel financieel rechtgehouden door bailouts, maar voor de lokale politici zou het wel eens heel verleidelijk kunnen zijn om te stoppen met alle besparingen, met als argument dat die toch enkel voordelen opleveren aan de banken, en dat de Portugezen en Ieren zich daar net zoals de Grieken tegen moeten verzetten.

Het is een verdienste dat deze studies het debat aangaan over de alternatieven, maar het is wel jammer dat ze focussen op de kost van het opbreken van de eurozone, en veel minder op de kost van het bijeenhouden. Nochtans is dat net de afweging die moet worden gemaakt.

Het is bijzonder moeilijk om de kost van een splitsing te berekenen, maar niet onmogelijk. Aangezien de grootbanken die deze studies uitbrachten direct betrokken partij zijn bij dit debacle, mogen we aannemen dat hun schattingen niet al te conservatief zullen zijn.

UBS schat dat als Duitsland de eurozone zou verlaten, dit voor het land iets van een 7000 euro per inwoner zou kosten, wat dus voor 82 miljoen Duitsers op 574 miljard euro neerkomt. Met een (zeer ruwe) extrapollatie zou dit voor de bijna 17 miljoen Nederlanders in een prijskaartje van 119 miljard euro resulteren, maar dat is nattevingerwerk (ook al omdat het Duitse cijfer zeer betwistbaar is, wat hieronder wordt uitgelegd).

In theorie is het mogelijk dat Nederland de euro verlaat, terwijl Duitsland er in blijft, maar dat is niet zeer waarschijnlijk. Als Berlijn beslist, volgt Den Haag. De relevante vergelijking is er dus één wat voor Duitsland de meest optimale keuze is: in de euro blijven en miljardenstromen aanvaarden, of de euro verlaten? Al zal druk uit Nederland of Finland natuurlijk grote invloed hebben op de ultieme beslissing in Berlijn.

Een tweede studie, door Willem Buiter, hoofdeconoom van Citi, noemt geen cijfers. Buiter geeft zelfs toe dat een splitsing zelfs in positieve effecten resulteert op lange termijn, maar waarschuwt vooral voor de destabiliserende gevolgen op korte termijn in zwakkere landen die de eurozone zouden verlaten, met bank-runs en besmetting naar andere zwakke landen tot gevolg. Dat laatste is ongetwijfeld een gerechtvaardigde bezorgdheid. Daarom pleiten velen er net voor dat de sterkere landen de muntunie zouden verlaten, waardoor de zwakkeren op zijn minst even ademruimte krijgen. De studie van UBS suggereert trouwens dat als een “Duits blok” de muntunie verlaat, dit ook een stuk minder duur zou zijn voor de inwoners van de “kern-eurozone” dan het zou zijn als de inwonders van de periferie uit de muntunie trokken.

Naast de directe kosten van opsplitsing als gevolg van de verliezen die banken en overheden lijden (een weinig betwist gegeven), is het prijskaartje van 574 miljard volgens UBS ook het gevolg van enerzijds de gevolgen voor exporteurs van de munt-revaluatie die onvermijdelijk volgt wanneer een nieuwe sterke munt zou worden ingevoerd in Duitsland en anderzijds de opportuniteitskost om de euro niet te hebben, in zogezegde handelsverliezen.

Wat betreft dat laatste, gaat UBS wel kort door de bocht. Ze gaan er namelijk van uit dat een opsplitsing van de euro ook sowieso een opbreken van de Europese interne markt tot gevolg zou hebben, en berekenen de kost die protectionisme dan met zich mee zou brengen de jaren nadien.

Ook al zijn er inderdaad juridische argumenten dat een uittrede uit de muntunie niet mogelijk is zonder een uittrede uit de Europese Unie, in de praktijk zal dit zeker niet zo snel gebeuren. Met hun waarschuwing dat “als de Euro valt, valt Europa” zitten Angela Merkel en Nicolas Sarkozy in feite op dezelfde lijn als het Franse Front National, dat inderdaad hoopt op een opbreken van de interne markt, terwijl dat laatste net een prachtige verworvenheid is van de Europese Unie, ondanks onvolmaaktheden.

10 van de 27 lidstaten voeren handel zonder een muntunie te delen, en bij de publieke opinie is er geen enkele behoefte om dan maar terug te keren naar een Europa van tolhuisjes en douaneformulieren, omdat er een muntunie is verdwenen, zeker niet in die landen die zelfs geen lid waren van die muntunie. In Ierland leidde de economische crisis niet tot politieke aanvallen tegen de interne markt, ook al telde Ierland heel wat Europese arbeidsmigranten. Het is jammer genoeg natuurlijk altijd mogelijk, maar het is intellectueel oneerlijk om zomaar te veronderstellen dat het gedaan is met de EU als de eurozone uit elkaar valt.

In haar berekening van het prijskaartje voor een Duitse euro-exit, beweert UBS dat dit de Duitse (en dus ook Nederlandse) exporteurs hard zou treffen. Ook de studie van de Duitse overheidsbank KfW waarschuwt hiervoor.

Een berekening door de meest prominente Duitse econoom, Hans-Werner Sinn, het hoofd van het IFO instituut, schat echter dat zo’n “revaluatie” van de munt, iets wat zeer gebruikelijk was ten tijde van de D-Mark, ook positieve gevolgen heeft die groter zijn dan de negatieve.

Importeurs en vooral consumenten doen hier namelijk groot voordeel bij. Maar ook exporteurs zouden uiteindelijk profiteren van lagere importkosten. Sinn schat dat als Duitsland een munt-revaluatie van 15 procent zou kennen, het land er 150 miljard voordeel mee zou doen, het drievoudige van de kost die KfW schat van een Duitse revaluatie. Voor Nederland zullen de gevolgen uiteraard gelijkaardig zijn. Allemaal vrij evident eigenlijk, wanneer men weet dat landen als Duitsland en Nederland steeds zowel een sterke export-sector als een sterke munt hebben gehad, ondanks tijdelijke moeilijkheden met die sterke munt.

Als we er van uitgaan dat de interne markt en de EU helemaal niet uit elkaar spatten bij een opbreken van de euro, dan is er niettemin nog een laatste argument dat tegentanders van een splitsing zouden kunnen opwerpen: heeft een land al dan niet voordeel heeft gehad bij de invoering van de euro? Indien wel, moet het verlies van dit voordeel als kost worden aangerekend bij een eventuele uittrede.

De Duitse groei lag in de twaalf jaar sinds 1999 met 1,2 procent onder de gemiddelde groei in de eurozone van 1,5 procent en van de EU, waar de groei 1,7 procent bedroeg. Ook vergeleken met de jaren '90 was er geen sprake van hogere Duits groei dan in het euro-tijdperk. In sommige periferielanden was er wel grote groei, maar nu weten we dat dit voor een deel een luchtkasteel was, gezien de gigantische publieke en private schuldenbergen in die landen. Voor Nederland was de groei 1,5 procent, gelijk aan het eurozone gemiddelde, maar dus onder het gemiddelde van de EU. In de tien jaar voor de euro ingevoerd was in Nederland, groeide het land met 3.2%.

Wat in elk geval blijkt uit deze cijfers, is dat men niet zomaar de euro kan gelijkstellen aan economische groei. Voor Nederland zou men misschien eerder moeten stellen dat de euro gelijkstaat aan verlies aan groeicapaciteit. Nederland heeft immers ten opzichte van Duitsland maar liefst 18 procent aan concurrentiekracht verloren sinds het toetrad, Frankrijk slechts 10, en België slechts 12.

Specifiek voor Nederland, wordt soms geschermd met het idee dat een opbreken van de muntunie de pensioensreserves van de Nederlandse investeerders zou aantasten, aangezien het deel ervan dat geïnvesteerd was in het zwakkere deel van de eurozone, na een splitsing gedenomineerd zou worden in een gedevalueerde munt. Dat is correct, maar evengoed geldt dat wat in Nederland of Duitsland is geïnvesteerd dan weer in een relatief sterkere munt zou worden uitgedrukt. Het lage interestbeleid van de ECB, dat een bedreiging vormt voor de Nederlandse pensioenen, zou ook kunnen worden stopgezet.

Gezien de voorgaande redenering, mogen we toch wel aannemen dat de geschatte kost van het opbreken van de euro voor Duitsland van 574 miljard euro wel een maximumcijfer moet zijn, als echt alles misloopt, en de onzuivere extrapollatie van 119 miljard dat ook voor Nederland is. Dit UBS – cijfer houdt terecht de kost in van verliezen voor banken en overheden, maar gaat er zomaar van uit dat ook de Europese interne markt aan een eurosplitsing ten onder gaat, en houdt geen rekening met de grote voordelen van een munt-revaluatie.

De vraag die nu rest: hoeveel kost het dan voor Duitsland – en Nederland - om de muntunie bijeen te houden?

Eens het EFSF – het tijdelijke noodfonds van de eurozone – wordt verdubbeld, zal Duitsland leningen tot 211 miljard euro garanderen, en Nederland tot 55,9 miljard euro. Toegegeven, dit is een garantie, geen directe kost, maar dat kan het wel worden als een land effectief failliet gaat. Dat laatste is voor Griekenland al lang geen science fiction meer. De markten denken immers dat de kans 90 procent is, althans dat is wat CDS – contracten – verzekeringen tegen het failliet van een land – weerspiegelen.

Daarbovenop komen de mogelijke risico’s voor Duitsland als gevolg van de acties van de Europese Centrale Bank. De ECB besliste in mei 2010 om overheidsobligaties van landen in problemen op te beginnen kopen, en heeft ook stelselmatig haar criticeria verlaagd voor onderpand dat banken dienen aan te bieden in ruil voor liquiditeit. Het gevolg is dat de ECB ondertussen op een berg minderwaardig overheidspapier zit. Naar onze schatting had de ECB net voor de zomer zo al 444 miljard euro aan risico op haar balans staan, wat dus een risico voor de burger vormt. Die draait er uiteindelijk voor op, of het nu gebeurt via een herkapitalisatie van de ECB, een verkoop van de goudvoorraad, of het bijdrukken van geld. Die 444 miljard komt (volgens de kapitaalsleutel van de ECB, en gegeven het ontbreken van Griekenland, Ierland en Portugal) neer op een blootstelling van Duitsland voor 129 miljard en van Nederland voor 27 miljard euro.

340 miljard voor Duitsland, en 82,9 miljard voor Nederland kan dus alvast worden gezien als de huidige blootstelling die beide landen op zich hebben genomen. Dat is dan nog zonder de IMF bijdragen in rekening te nemen die Nederland ook doet, de bijdrage via het beperkte Europese EFSM fonds, en de bilaterale Griekse bailout (waardoor er voor Nederland nog eens bijna 15 miljard euro bovenop komt, en voor Duitsland een 50 miljard euro). Opnieuw, dit gaat over blootstelling, niet over de directe kost.

Het cijfer van 444 miljard neemt de nieuwe aankopen van Italiaans en Spaans overheidspapier sinds augustus echter nog niet in rekening, en is dus in realiteit nog hoger (al is het sowieso een schatting, want de ECB geeft niet alle cijfers). De ECB heeft ondertussen haar aankopen van overheidsobligaties doen stijgen naar 142,9 miljard euro, en net opnieuw heeft het de voorwaarden voor het onderpand dat het aanvaard nog eens versoepeld.

Een herkapitalisatie van de ECB zonder bijdrage van Spanje en Italië zou daarenboven de kost voor de “sterken” relatief nog eens zoveel naar boven drijven.

Dit alles is echter slechts de blootstelling die de eurolanden tot nu toe officieel op zich hebben genomen. Achter de schermen weet men dat er veel meer nodig is.

Volgens onze schattingen is er maar liefst 3200 miljard euro nodig om de eurozone bijeen te houden tot het einde van 2014, wat een reddingsfonds met een uitleencapaciteit van 2000 miljard euro zou mogelijk maken (een deel van het geld dient immers in kas gehouden te worden, als voorwaarde om een triple A rating te bekomen). Dat komt neer op bijna 600 miljard euro blootstelling voor Duitsland, en 120 miljard euro voor Nederland. Dat cijfer is onder meer gebaseerd op de grootte van de Spaanse en Italiaanse overheidsobligatiemarkten. Het ligt in de lijn van wat de ECB heeft laten lekken, en ook het Nederlandse Ministerie van Financiën. Afgelopen weekend lekten plannen uit van ambtenaren om een soort van CDO te maken van het EFSF, om op die manier de politieke weerstand te omzeilen om het te vergroten tot 1000 of 2000 miljard euro. In dit scenario zou de ECB het EFSF van krediet voorzien, wat de Oostenrijkse krant Die Presse ertoe leidt om te schrijven dat het EFSF zo in feite van elke euro er vijf maakt, wat tot hyperinflatie kan leiden.

Wat we zien is dat de ECB de laatste week moeite heeft om de interestvoeten op de Italiaanse overheidsobligaties onder controle te houden. Ondanks alle aankopen van Italiaanse overheidsobligaties, bleven de “10 year – bonds” op gezette tijdstippen niet veel onder 6 procent hangen. De ECB wil absoluut vermijden dat de 6 procent – grens fors wordt overschreden, want volgens de meeste analisten gaan Spanje en Italië failliet als 7 procent wordt bereikt. Dat is hoe vergevorderd de crisis ondertussen is. Het toont aan dat de gigantische bedragen die de ECB en het Nederlandse Ministerie van Financiën noemen geen fictie zijn, tenminste als we de euro willen bijeenhouden.

Bovendien is er de grote vraag of Frankrijk zijn triple A rating wel behoudt. Indien dit niet het geval is, en dat is zeker denkbaar, dreigt de rekening nog verder op te lopen want dan dienen de overige vijf triple A landen (Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Finland en Luxemburg) voor alles op te draaien. Het voorstel om het EFSF te financieren via de ECB - drukpers zou volgens Standard & Poors trouwens leiden tot een verlaging van de kredietwaardigheidsstatus van Frankrijk of zelfs van Duitsland.

Niet onbelangrijk is ook het verhaal dat de verplichtingen die de welvaartstaat met zich meebrengt heel wat onverwachte kosten zullen creëeren. Deze week nog berichtte de voorpagina van de Duitse krant Handelsblatt nog dat Duitsland geen publieke schuld heeft van 2000 miljard euro, maar wel van 7000 miljard euro, tenminste volgens de Duitse Professor Bernd Raffelhüschen. Die “verborgen schulden” of zogenaamde “unfunded liabilities” zouden in Frankrijk – tenminste volgens de Franse bank Société Générale zelfs meer dan 500 procent van het bruto nationaal product bedragen. Met andere woorden: er mogen serieuze vraagtekens geplaatst worden of de zogenaamde triple A landen wel de economische capaciteit hebben om op langere termijn massale welvaartstransfers te doen.

Wat ook duidelijk moet zijn is dat hoe langer men wacht om landen te laten failliet gaan, hoe duurder de rekening wordt. Volgens onze berekeningen zullen gezinnen in de eurozone maar liefst drie maal zoveel moeten bijdragen aan een Grieks faillissement indien men dit uitstelt naar 2014, waarbij ze bovendien een groter en groter deel van de last zullen opnemen, ten voordele van financiële instellingen. Dat is het geval voor het uitstellen van een Grieks faillissement, maar geldt als algemeen principe: de zaken uitstellen maakt alles alleen maar duurder.

De gigantische prijskaartjes die genoemd worden door officiële instanties (de Nederlandse regering, de ECB) om de euro bijeen te houden (600 miljard voor Duitsland, 120 miljard voor Nederland) plaatsen de schattingen van de kost van een splitsing in een ander daglicht, zeker als die schattingen op zijn minst gezegd niet conservatief zijn. Toegegeven, de cijfers van de splitsing gaan over directe kosten, terwijl de cijfers van het bijeenhouden over zogenaamde garanties gaan. Men hun verwachting dat Griekenland voor 90 procent zeker failliet gaat, gaan de markten er echter van uit dat die garanties weldra kosten zullen worden.

Eén verschil is echter maar al te duidelijk: de kost van een splitsing, hoe hoog ook, is éénmalig, terwijl de kost van het bijeenhouden, via het delen van onze welvaart, nagenoeg permanent is.

Veel verbetering valt er immers niet waar te nemen als gevolg van de reddingsacties. Griekenland is al aan zijn tweede “reddingspakket” toe, en slaagt er niet in de nodige groei te creëeren om zijn staatsschuld van weldra 180 procent van het BBP terug te betalen. Ook extra bailouts van Ierland en Portugal worden op obscure wijze beslist. Beide landen verkregen immers reeds tot twee maal toe de voorbije maanden een lagere interest voor de leningen die ze krijgen, waardoor ze nu zelfs nul procent betalen daarop. Ierland en sinds kort ook Griekenland maken bovendien ook gebruik van het zogenaamde “Emergency Liquidity Assistance” (ELA) – programma van de ECB, dat effectief toelaat aan de nationale centrale bank om eigen euro’s te printen en daarbij banken (via tijdelijke leningen) te voorzien van liquiditeit. Ierland heeft alvast gretig de beperking losgelaten dat dit eigenlijk tijdelijk en bescheiden zou moeten zijn, door de creatie van op zijn minst 55 miljard euro. Een gevaarlijke dynamiek.

Zelfs als Ierland, dat zijn groeivooruitzichten voor 2012 al teruggeschroefd zag, of Spanje, dat nog steeds met een gigantische private schuld als gevolg van de euro-vastgoedluchtbel kampt, tegen alle verwachtingen in toch opnieuw sterk zouden beginnen te groeien, zal het meest fundamentele probleem van de eurozone niet zijn opgelost: dat van het onmogelijk te voeren uniforme interestbeleid. De muntunie is duidelijk disfunctioneel, en iets fundamenteels moet nu gebeuren.

Dat tijdelijke bailouts plaatsvinden om een systeemcrisis te vermijden, kan worden verdedigd. Dat geen fundamentele ingrepen plaatsvinden om verder onheil te verkopen, is echter onverantwoord. Eén van de grote problemen daarbij is het Europese bankensysteem. De Ierse banken bijvoorbeeld werden perfect gezond verklaard door de zogenaamde Europese “stress-tests”, om slechts enkele maanden later Ierland aan de rand van het faillissement te brengen.

Geleidelijk aan komt er echter meer en meer druk om iets te doen, en wat moet gebeuren is overduidelijk: banken zonder voldoende kapitaalsbasis moeten uit het systeem. De schrik voor de gevolgen voor de banken verhindert immers telkenmale structurele ingrepen, zoals een Grieks faillissement. Hun aandeelhouders – ook (lokale) overheden – zullen de verliezen moeten dragen, en om financiële stabiliteit te verzekeren zal het wellicht niet anders kunnen dat alle spaartegoeden worden beschermd. Gezien het gebrek aan kapitaal zal dit echter op één of andere manier dus via het bijdrukken van geld moeten gebeuren, wat de waarde van die spaartegoeden zal aantasten. Zoals een economische wet het stelt: “There is no such thing as a free lunch.”

Dat is echter niet het plan van de Europese leiders. Zij rekenen erop om het – tijdelijke - Europese bailout-fonds te verdubbelen in eerste instantie, om op die manier via het EFSF ook banken te gaan redden (en dus niet te laten verdwijnen). In de loop van 2012 willen ze dan dat EFSF permanent maken, door het opzetten van het zogenaamde “European Stability Mechanism” (ESM), al dan niet met eurobonds, voor zover zo’n systeem al niet ongrondwettelijk is in Duitsland. Het is trouwens wel bijzonder vreemd dat net eurobonds net worden gesuggereerd als “oplossing”, terwijl er al een soort “pseudo-eurobonds” bestonden tot 2007, toen lidstaten vrij gelijklopende interestvoeten dienden te betalen.

Het is nogal duidelijk dat dit alles met de nodige politieke moeilijkheden gepaard gaat en zal blijven gaan, en daarom zal de Europese Centrale Bank ongetwijfeld dé cruciale spil blijven in het Europese schuldenweb en het rechthouden van de muntunie. Dat dit met een aanzienlijke waardevermindering van ons geld zal gepaard gaan, hoeft geen betoog, hoewel het niet zo eenvoudig is om dit ook aan te tonen.

Goldman Sachs en The Economist bijvoorbeeld argumenteren dat de ECB nog heel wat verder kan gaan in haar acties zonder dat dit noodzakelijkerwijze in inflatie moet resulteren, aangezien in een recessie geen gevaar van inflatie zou bestaan (The Economist stelt namelijk dat: “In today’s recessionary world, the ECB could buy several trillion euros-worth of bonds without unleashing inflation.”)

Een vreemde redenering, aangezien met de zogenaamde “stagflatie” in de jaren ’70 het Keynesiaanse idee reeds werd doorprikt dat economische terugval en inflatie tegelijk niet mogelijk zouden zijn. Als een natuurlijke daling van de geldhoeveelheid (als gevolg van een recessie) wordt gecompenseerd door een kunstmatige stijging (door acties van de centrale bank), wordt mogelijke deflatie verhinderd, waardoor de prijzen constant blijven en consumenten niet kunnen genieten van prijsdalingen die een economisch herstel mogelijk maken. Met andere woorden: zelfs als we geen stijgingen zien in consumptieprijzen, kan er wel degelijk sprake zijn van ontwaarding van ons geld, en kunnen we niet genieten van deflatie, om er zo weer bovenop te komen. Vaak duurt het ook een tijdje eer de liquiditeiten zich doorzetten van de balansen van banken, die de eerste ontvangers zijn, naar de reële economie. Het hangt natuurlijk allemaal wel nauw samen met meer fundamentele economische discussies tussen Keynes, de Monetaristen en de Oostenrijkse school, wat de beoordeling van de vraag of er inflatie is dus in zekere zin subjectief maakt.

In elk geval wees ECB – raadslid Bini Smaghi er in juni op dat de meting van inflatie aan herziening toe is, net als het IMF trouwens, omdat de huidige cijfers van centrale banken de voedsel- en energieprijzen niet opnemen. Bini Smaghi gaf toe dat de ECB inflatie mogelijk verkeerd heeft gemeten in al die jaren – een opmerkelijk statement.

Goldman Sachs wijst er op dat er niettemin wel degelijk een grens is aan de acties van de ECB, en die hebben meer te maken met “geloofwaardigheid”. Het publiek gelooft immers niet dat er zo iets is als een “free lunch” en dat centrale banken zomaar liquiditeit in het systeem kunnen pompen zonder dat dit effect heeft. Zeker in Duitsland, met zijn voorgeschiedenis van hyper-inflatie, ligt dit bijzonder gevoelig, en leidde het ook tot openlijk protest door huidig Duits President Christian Wulff tegen de acties van de ECB. Inflatie en zeker hyperinflatie zijn vaak een psychologisch fenomeen: wanneer het vertrouwen in de waarde van het geld zoek raakt, is men immers sneller geneigd om geld in te ruilen voor goederen, wat de prijs van die goederen dus doet stijgen.

Discussies over inflatie en hoe ver centrale banken kunnen gaan zullen in het debat de komende tijd ongetwijfeld meer en meer de kop op steken, net omdat de ECB het gedroomde vehikel is om alle bailouts door te voeren, ver weg van alle politieke obstakels. Gegeven de fundamentele kost om de eurozone bijeen te houden, is het echter onwaarschijnlijk dat waardevermindering van ons geld op “ongemerkte wijze” kan worden doorgevoerd, zeker als de langverwachte Chinese groeivertraging zich doorzet. China heeft met zijn import van goedkope goederen immers lange tijd mogelijke algemene consumptieprijsstijgingen geneutraliseerd. De ECB heeft nu reeds veel politieke schade geleden, met het vertrek van haar twee Duitse vertegenwoordigers Axel Weber en Jürgen Stark. Elke duidelijk merkbare inflatie zal op het Duitse publiek werken als een rode lap op een stier en het debat tussen de economische scholen overbodig maken. Op dat moment zal men in Duitsland de fundamentele afweging maken. Hoe vroeger, hoe beter.

Wednesday, July 07, 2010

Not quite matching Kublai Khan's example

The fifth Khan of Persia was named "Gaykhatu," which means "amazing" in Mongolian. After recklessly squandering the money left by his predecessors he was in no position to cope with a massive rinderpest epidemic that began devastating his subjects' livestock in 1294. Amazing came up with an amazing solution to his financial problems: paper money.

Invented by his boss, Kublai Khan (see picture), back in China the idea of paper money was a godsend. He would print up certificates just like the Chinese ones, decree death for anyone who refused them, and all his problems would be solved. Amazing! Unfortunately for Amazing he did not fuss too much with technical details like convertibility and capital controls, which Kublai Khan had agonized over, and the result was the total failure of the project. Economic chaos ensued. Amazing was deposed and put to death the next year. ( Source: Mises.org )

Friday, June 25, 2010

America, withdraw!

A great article in Rolling Stone profiles fired US Four Star General Stanley McChrystal (photo). The excerpts speak for itself. How the COIN strategy (in Belgium they call it "colonisation") is not working, on the bureaucracy of the army machine failing to implement policies, on the incompetence of politicians.

"From the start, McChrystal was determined to place his personal stamp on Afghanistan, to use it as a laboratory for a controversial military strategy known as counterinsurgency. COIN, as the theory is known, is the new gospel of the Pentagon brass, a doctrine that attempts to square the military's preference for high-tech violence with the demands of fighting protracted wars in failed states. COIN calls for sending huge numbers of ground troops to not only destroy the enemy, but to live among the civilian population and slowly rebuild, or build from scratch, another nation's government – a process that even its staunchest advocates admit requires years, if not decades, to achieve. The theory essentially rebrands the military, expanding its authority (and its funding) to encompass the diplomatic and political sides of warfare: Think the Green Berets as an armed Peace Corps. In 2006, after Gen. David Petraeus beta-tested the theory during his "surge" in Iraq, it quickly gained a hardcore following of think-tankers, journalists, military officers and civilian officials. Nicknamed "COINdinistas" for their cultish zeal, this influential cadre believed the doctrine would be the perfect solution for Afghanistan. All they needed was a general with enough charisma and political savvy to implement it."

...

"The entire COIN strategy is a fraud perpetuated on the American people," says Douglas Macgregor, a retired colonel and leading critic of counterinsurgency who attended West Point with McChrystal. "The idea that we are going to spend a trillion dollars to reshape the culture of the Islamic world is utter nonsense."

...

"The biggest military operation of the year – a ferocious offensive that began in February to retake the southern town of Marja – continues to drag on, prompting McChrystal himself to refer to it as a "bleeding ulcer." In June, Afghanistan officially outpaced Vietnam as the longest war in American history – and Obama has quietly begun to back away from the deadline he set for withdrawing U.S. troops in July of next year"

...

"The session ends with no clapping, and no real resolution. McChrystal may have sold President Obama on counterinsurgency, but many of his own men aren't buying it."

...

"The COIN doctrine, bizarrely, draws inspiration from some of the biggest Western military embarrassments in recent memory: France's nasty war in Algeria (lost in 1962) and the American misadventure in Vietnam (lost in 1975)"

...

"Even if he somehow manages to succeed, after years of bloody fighting with Afghan kids who pose no threat to the U.S. homeland, the war will do little to shut down Al Qaeda, which has shifted its operations to Pakistan. Dispatching 150,000 troops to build new schools, roads, mosques and water-treatment facilities around Kandahar is like trying to stop the drug war in Mexico by occupying Arkansas and building Baptist churches in Little Rock. "It's all very cynical, politically," says Marc Sageman, a former CIA case officer who has extensive experience in the region. "Afghanistan is not in our vital interest – there's nothing for us there."

...

"The very people that COIN seeks to win over – the Afghan people – do not want us there."

...

"So far, counterinsurgency has succeeded only in creating a never-ending demand for the primary product supplied by the military: perpetual war."

As an opponent of the war in Afghanistan, I can only feel vindicated. This piece by the brother of Pat Tillman says it all. America (and Belgium), withdraw!

Wednesday, May 19, 2010

That other monetary crisis in the West

ECB President Jean-Claude Trichet spoke last week about the worst situation since World War II. Somewhere in comments of readers I read the remark that he had better spoken about a similar crisis as the one which has brought about World War II.

How did that crisis came accross?

WW II was caused by the crisis of money, particularly in Germany with the hyperinflation of the Weimar Republik.

Also in the U.S. a money crisis occurred at the same time:

- The spectacular crash of 1929 followed five years of reckless credit expansion by the Federal Reserve System under the Coolidge administration (Source).

- The Great Depression that quickly superseded and distorted the benign recession-adjustment process was not in any sense caused by monetary deflation but by government-induced nominal wage rigidities....This explains why such a large depression occurred in the 1930s, but not in the early 1920s, which was a period of comparable deflation and monetary contraction, but when firms cut nominal wages considerably. (Source)

The response of FDR resulted in the following statement of his Finance Minister in 1938:

"We have tried spending money. We are spending more than we have ever spent before and it does not work. And I have just one interest, and now if I am wrong somebody else can have my job. I want to see this country prosper. I want to see people get a job. I want to see people get enough to eat. We have never made good on our promises. I say after eight years of this administration, we have just as much unemployment as when we started. And enormous debt to boot." - Henry Morgenthau, May 1938, FDR's Treasury Secretary (Source)

Needless to add the same process happened, to a far more dramatic extent, in Europe.

Any similarities with the current Crisis?

Let's not get as gloomy as Doctor Doom, but let's hope that somewhere, somebody will say stop to this madness.

UPDATE: Related to this, Zero Hedge cites an interesting op-ed by former US President Hoover addressing FDR in 1938, warning the New Deal might lead the US to fascism: "The torch of liberty has been dashed out by some sort of fascism in 14 nations of more than 240,000,000 people - they all undertook new deals under some title, usually planned economy."

Saturday, January 09, 2010

Liever premier Van Rompuy dan president Van Rompuy

De Morgen, 19 november 2009

Pieter Cleppe stelt dat een benoeming van Van Rompuy geen goed vooruitzicht biedt voor kleine landen. Cleppe leidt het Brusselse kantoor van de denktank Open Europe, die zich richt op fundamentele hervorming van de Europese Unie, www.openeurope.org.uk. Wordt Herman Van Rompuy een dezer dagen op het schild gehesen als eerste EU-president, dan is dat geen reden tot juichen, schrijft Cleppe. Cleppe, die zich tussen eurofederalisme en -scepticisme in profileert als een eurorealist, voerde de voorbije dagen in Britse en andere Europese pers scherp campagne tegen de premier van zijn land. "Herman Van Rompuy als Europees president: geen goed vooruitzicht voor kleine landen."


***

Vandaag of in de komende dagen wordt duidelijk wie de eerste "President van de Europese Unie" zal zijn. Premier Herman Van Rompuy (CD&V) lijkt alvast een goede kans te maken. De benoemingsprocedure is minder transparant dan een pausverkiezing en zoals een diplomaat het de afgelopen dagen stelde, mocht men dan ook de "kremlinologie" weer van onder het stof halen, wat de kunst was om te weten te komen wat er zoal omging in de machtscorridors van het Kremlin voor 1991. Wat een contrast met de verkiezing van de Amerikaanse president, waarbij miljoenen hun stem kunnen uitbrengen en die wereldwijd emotie losmaakt.

Dat België de eerste Europese president zou mogen leveren, heeft zonder twijfel een aantal voordelen voor ons land, net zoals het een eer is dat Jacques Rogge IOC-voorzitter is. Nochtans wegen die beperkte voordelen niet op tegen de nadelen van de visie die Herman Van Rompuy heeft - en met hem een groot deel van de Belgische politieke klasse - over de Europese Unie. Volgens die visie moet het vetorecht van lidstaten zoveel als mogelijk sneuvelen, ook op het vlak van justitie, binnenlandse zaken, fiscaliteit, sociaal beleid en buitenlands beleid, zoals het Europees programma van CD&V stelt. De Europese Grondwet moest er voor de partij in 2004 "hoe eerder hoe liever" komen. Van Rompuy zelf stelde al in 1989: "Eenmaal de EMU gestalte heeft gekregen, zal het streven naar de politieke unie een extra elan krijgen als logisch en onmisbaar complement van de EMU." Ongetwijfeld vertolkt hij de grondstroom onder onze politici.

Regelneverij

Nochtans zouden zij beter moeten weten. Zoals een studie van Open Europe duidelijk maakte, is 69,5 procent van de impact van regulering in ons land afkomstig van het Europese beslissingsniveau. Toegegeven, de nationale regeringen hebben daar via hun vertegenwoordigers in de Raad een belangrijke zeg, maar de transparantie in de totstandkoming van de wetgeving is er ondermaats. Misschien net daarom houden regeringen zoveel van de EU?

Het is ronduit onrustwekkend te noemen dat meer dan twee derde van onze voorschriften van het meest gecentraliseerde beleidsniveau afkomstig is, waar de macht van de democratisch verkozen regering van één land om belangrijke beslissingen te wijzigen, miniem is. De impact van die voorschriften is dan nog eens toegenomen met 50 procent in de laatste vijf jaar, ondanks pogingen zoals de "Better Regulation Agenda", een goedbedoeld initiatief van de Europese Commissie tegen regelneverij.

Herman Van Rompuy hebben we daar nog niet over gehoord. Integendeel, hij was steeds een groot voorstander van het Verdrag van Lissabon, dat het nog makkelijker maakt voor de EU om tal van nieuwe wetten te maken. Die vrees zorgde er volgens de Duitse krant Frankfurter Allgemeine Zeitung alvast voor dat het nieuwe Duitse regeerakkoord een voornemen voorziet om de Europese regels niet nog eens aan te dikken bij de omzetting naar nationaal recht, zoals vaak gebeurt. Voor een KMO¿land als het onze zou de zorg om overregulering tegen te gaan op de eerste plaats moeten staan. Het makkelijker maken voor een reguleringsmachine om nog meer wetten te maken, zou daar niet mogen bijhoren.

Van Rompuy verdedigde afgelopen week - op een geheime bijeenkomst - het idee van een Europese belasting op financiële transacties. Opnieuw gaat hij daarmee in tegen het belang van kleine landen zoals het onze. Niet alleen verdwijnt daarmee de discussie over landen zoals België die netto bijdragen aan het Uniebudget, dat overigens verleden week voor het vijftiende jaar op rij geen goedkeuring kreeg van de Europese rekenkamer. Bovendien zorgt het harmoniseren van de tarieven in de praktijk ook voor hogere belastingen. Zij die daarvan kunnen meespreken, zijn onze horeca-uitbaters. Jarenlang eisten zij om een verlaging van het btw-tarief van 21 procent, en hoewel nagenoeg alle Belgische democratisch verkozen politici het daarmee eens waren, heeft het toch tot verleden jaar geduurd eer dit mogelijk werd.

Geen wonder, aangezien een akkoord op EU-niveau noodzakelijk was over dat Europese belastingtarief. Zo moeilijk is het nochtans niet: als je als klein land de beslissingen laat nemen door de EU, verlies je heel wat macht.

Ontspoord EU-project

Laat er echter geen twijfel over bestaan: de EU was bij haar ontstaan een goede zaak, en in de eerste plaats voor kleine landen. De EU heeft vrijhandel en vrij reizen mogelijk gemaakt, maar helaas is dit mooie project de voorbije twintig jaar ontspoord tot een project voor een Europese superstaat, al wilden sommigen dat al van in het begin.

Eén van de meest onrustwekkende evoluties vindt momenteel plaats op het vlak van de burgerrechten, en net daar vergroot het door Van Rompuy geliefde Verdrag van Lissabon de macht van de Unie het meest. Het recente protest van de Liga voor de Mensenrechten tegen de databewaringsrichtlijn die aan internetproviders oplegt om allerlei data lange tijd te bewaren is maar één van de vele voorbeelden. Er zijn ook de pogingen van de EU om de grootste database ter wereld van vingerafdrukken te creëren, of het project INDECT, waarbij de EU dure technologie bestelt die moet dienen om internet en computers automatisch te kunnen bewaken, om zo "abnormaal gedrag" vast te stellen.

Het leidt geen twijfel dat iemand met de profileringsdrang als Tony Blair weinig zou bereiken als Europees president. Herman Van Rompuy daarentegen kent als geen ander de kunst om achter de schermen gaandeweg aan de weg te timmeren, wat ook de wijze is waarop de EU gaandeweg heel wat macht heeft verworven. Als hij het juiste kompas zou hebben en ook maar één van de bezorgdheden over de koers van de EU zou delen, zou hij misschien een goede president zijn, maar helaas ontbreekt het hem daaraan.


Britse pers laat zich voeden door Pieter Cleppe

Pieter Cleppe in Terzake op Canvas, 18 november 2009

Is Lisbon in the interest of the Czech Republic?

Czech Daily MF Dnes, 20 October 2009

European Commission President José Manuel Barroso said that “it is not in the Czech Republic 's interest to keep postponing the completion of the ratification of the Lisbon treaty”. It’s not clear whether this remark by the top Commission official was meant as a threat or a claim, but it is worth looking into what the Lisbon Treaty would actually mean for the Czech Republic. The Lisbon Treaty means a critical transfer of power to the European Union. It will make it easier to pass laws in Brussels rather than in national parliaments like the Parliament of the Czech Republic.

Firstly, it abolishes over 60 national vetoes - a country's right to say no. The Czech Republic will give up its right to veto new EU laws on everything from what rights criminal suspects should have to aspects of foreign policy. If you don’t like what is proposed then that’s too bad, because the Czech government won’t able to say veto EU laws it dislikes. At the same time a new voting system also lowers the threshold for passing laws in the areas where majority votes are taken. The new version of the Qualified Majority Voting (QMV) system is complicated - but one of its main features is to sharply downgrade the influence of small member states.

According to a study by academics at the London School of Economics, the power of the Czech Republic to block laws it dislikes will be cut by a massive 51% under the Lisbon Treaty, compared with less than 2% for Germany. This means it will be much more difficult for the Czech Republic to steer new EU rules in the right direction. These changes to the voting system inevitably mean we will find that the EU will produce more laws than ever before. Open Europe has found that the annual cost to Europe of EU regulation has soared over the last five years by more than 50% from €108bn to over €161bn – and with Lisbon this is set to rise even higher.

Moreover, the study also found that 62 percent of the cost of regulations in the Czech Republic is already coming from the EU, where it is more difficult to exercise democratic control of laws than it is at the national level. Under Lisbon this will only get worse. If we are going to compete with America and China the last thing European business needs is to make it easier for unaccountable EU institutions to churn out even more red tape. But this isn’t just about business. If the Lisbon Treaty came into force, it would greatly expand the EU's control over important areas of public policy. For the first time the EU would begin to make important decisions over issues such as healthcare, transport and sport.

It would also give the EU huge new powers over extremely sensitive issues such as decisions on criminal justice. Under the Treaty the European Court of Justice would effectively become the Czech Republic's highest criminal court. Unelected EU judges would increasingly begin to determine Czech criminal law, for example, rather than the Czech courts and Czech voters. It has been said by EU leaders that this will be the last big EU Treaty for a long time. Indeed it is, but not because the appetite to constantly transfer power to the EU will disappear. It’s because the Lisbon Treaty introduces a system to make the Treaty self-amending, meaning EU leaders can change the treaties incrementally, without the need to go back to their electorates or national Parliaments.

It is a common myth that the Lisbon Treaty brings greater powers for national parliaments. In fact, the combination of the loss of policymaking powers to the EU level, the loss of the national veto brought by the increase in the use of majority voting, and new arrangements for amending the treaties means that national parliaments will have less influence on policymaking than ever before. As the German Constitutional Court recently pointed out: “The status of national parliaments is considerably curtailed by the reduction of decisions requiring unanimity and the supranationalisation of police and judicial cooperation in criminal matters.”

Under the Treaty the Charter of Fundamental Rights becomes legally-binding for the first time. It is likely to affect national law and give the European Court of Justice substantial new powers. The European Commission has confirmed that the Treaty of Lisbon introduces new rights. How the ECJ will use these powers is difficult to predict, so President Klaus is right to ask for stricter legal guarantees. And it would be no bad thing if this delays the Treaty for a few months. Having bullied the Irish people in voting a second time on the Treaty, when they had already rejected it, EU leaders are desperate to pass this Treaty and will stop at nothing to cajole the Czech President into signing it. We must resist this anti-democratic trend.

Polls show that a majority of people all around the EU wanted a say on any Treaty handing new powers to the EU, including 82% of Czech voters, but they were ignored. In the UK, the public is crying out for a vote, and the Conservative Party, which looks likely to win the next election in a few months’ time, has promised to give them a say if the Treaty is still not in force by then. Everything depends on what President Klaus decides to do next. It is only by resisting the entrenched forces prevalent in the EU institutions and in EU capitals that we can hope to stop this undemocratic Treaty once and for all and force Europe to change for the better.

Pieter Cleppe is the Head of the Brussels office of Open Europe

Betraying liberal democratic principles in the EU

EU Observer, 30 September 2009

On Friday, the citizens of Ireland will go to the polls to vote for the second time on the Lisbon Treaty, after apparently giving the 'wrong' answer the first time around.

After agreement was reached in June on the so-called guarantees that are supposed to assuage Irish fears about the Treaty, the EU Presidency confirmed that "the text of the guarantees explicitly states that the Lisbon Treaty is not changed thereby." The Irish people are therefore being served a re-heated Treaty – even more unappetising than it was before.

One can argue over whether transferring more power to the EU level is a good or a bad thing. Clearly many people across Europe are opposed to it, as shown by the French and Dutch people's rejection of the EU Constitution, whose content, in the words of the man who presided over its drafting, Valery Giscard d'Estaing, is "all to be found in the Treaty of Lisbon" .

But that is not the only issue at stake here. Asking people the same question until they give the desired answer raises an utterly more fundamental debate – about the rules of the game, about democracy itself.

It has been said many times before that politicians in Brussels and Strasbourg live in a bubble, safely out of the public eye and at a comfortable distance from the platform they were elected on back home. The leader of the German CSU party recently accused one of his own MEPs of having "lived too long on the Brussels gravy train".

This phenomenon is particularly apparent when it comes to the EU's so-called liberal parties, which in the European Parliament sit in the ALDE group (Alliance of Liberals and Democrats for Europe). All over Europe, these have always championed their firm belief in democracy and opponents will say that they have often been ahead of other parties when it comes to advocating initiatives such as citizens' petitions or referendums. The fact that they are often not the dominant political force probably plays a role in that.

However, it is striking how often these parties' attitudes to direct democracy don't make it on to the plane when their MEPs head to Brussels or when they are forced to confront EU issues.

Direct democracy

Take the German liberal party, the FDP, which has just enjoyed great success in national elections. Back in 2003, they were in favour of submitting the European Constitution to a popular vote. They even launched a legal proposal to change the German Constitution to make this possible. But they changed their position after the referendums in France and the Netherlands delivered the 'wrong' response.

Now they are only in favour of a 'Europe-wide' referendum – a poor substitute and so politically impossible it comes across as an empty gesture rather than a bold policy proposal.

Another prominent ALDE member is the Dutch "Democrats 66" (D66) Party, which has always called for "radical democratisation of the political system". The party, formed in the Sixties, considers the proposal to introduce referendums as one of the "crown jewels" of the party due to its entrenched belief in direct democracy.

At least this is what Dutch voters were led to believe. After the Dutch referendum, where 61.6 percent of the population rejected the European Constitution, D66 approved the Treaty of Lisbon in parliament in 2008, while at the same time admitting that Lisbon "only cosmetically" differs from the rejected Constitution .

Interestingly, D66 stresses in its manifesto that "parties should always promise beforehand that they will respect the outcome of a referendum." This seems to have slipped leading D66 MEP Sophie in 't Veld's mind when she voted on 20 February 2008 with the rest of the parliament in favour of ignoring Ireland's first referendum on the Lisbon Treaty, even before that referendum had taken place. Shockingly, no less than 88 percent of ALDE MEPs joined her, including Dianna Wallis, Fiona Hall and Andrew Duff, Liberal Democrat MEPs from the UK.

Liberal U-turn

In 2005 the Lib Dems joined all the other main parties in the UK and pledged to hold a referendum on the European Constitution. In 2008 however, leader Nick Clegg U-turned on his promise, blocking calls for a referendum on the treaty in parliament. Clegg instead proposed to have a poll on Britain's continued membership of the EU, using the same political trick as the German liberals: promise something politically distracting in the knowledge you will never be called on it.

The ALDE Group itself, while defending the idea of direct democracy and referendums, is at the same time the group that has been viciously fighting all attempts to respect the outcome of the referendums in France, the Netherlands and Ireland. Reacting on its website to the No votes in 2005, ALDE is proud that the group "played a substantial role in the careful analysis of the possible reasons for these negative results", setting out how "a period of reflection must re-launch the constitutional project".

Many liberals will be familiar with monetarist economist Friedrich von Hayek, who said: "Whoever betrays his principles, will go to hell". They'd better take his advice.

Pieter Cleppe is head of the Brussels Office of Open Europe, a think tank campaigning for EU reform.

An EU bail out for Ireland? No thanks, say the EU’s biggest contributors

Europe's World, 23 July 2009

As the economic recession limbers on, there have been suggestions from several corners that the bigger EU member states – led by Germany – might be willing to bail out the weaker ones – notably Ireland.

On 18 February 2009, German Finance Minister Peer Steinbrueck said: "If one euro zone gets into trouble, then collectively we will have to be helpful."

Soon after, following a speech to foreign journalists in Berlin, the Irish Times reported that Chancellor Angela Merkel “gave the strongest signal yet that Berlin may act under Article 100 of the EC Treaty, allowing financial assistance to be given to countries experiencing 'difficulties caused by natural disasters or exceptional occurrences beyond its control.”

European Commissioner for Economic Affairs Joaquin Almunia sparked controversy in March when supporting the idea of a eurobond as he said: "If a crisis emerges in one eurozone country, there is a solution before visiting the IMF. Don't forget we are equipped to interact politically and economically to face the crisis, but these kinds of things should not be explained publicly”.

Later, in June, Times columnist Anatole Kaletsky wrote that "Germany is at the heart of a huge plan to prop up crippled EU economies - not that the German people would ever know."

Not only that, but the German Finance Ministry is reported to have come up with several draft scenarios for rescue measures. One involves Germany issuing 'bilateral bonds' to raise money for struggling countries; another involves groups of several member states collectively floating a bond; a third involves using a clause in the EU treaties which allows it to provide aid if a member state is facing extraordinary circumstances - which would mean the EU taking out its own loans on capital markets for the first time; and a fourth involves an aid package provided by the IMF.

It is widely acknowledged that all these options would represent a huge burden on the German taxpayer. Der Spiegel magazine has estimated that, "for German taxpayers, this would be no small sum. If Germany were to pay into a bailout based on its size relative to other euro zone countries, it would be forced to cover one-fourth of the entire tab." Peter Bofinger, a member of the German Council of Economic Experts, estimated that a German bailout operation of other eurozone countries "could cost the taxpayer about 1.5 billion euro per year".

But what do German taxpayers think? According to a new Psyma poll commissioned by Open Europe and the Institute for Free Enterprise in Berlin, 70 percent of Germans, are, perhaps unsurprisingly, against the idea.

And they are not alone.

In a recent article in Europe’s World, Otmar Issing, former Chief Economist of the European Central Bank argued against the idea of a common eurozone bond, saying that it would imply that “France and Germany would have to pay higher interest rates, and that would in the end mean higher tax burdens for their citizens”, given the higher risk premia for buying bonds, troubled countries such as Ireland and Greece have to pay.

He said: “issuing a common bond would be a first step on the slippery road to ‘bail-outs’, and thus the end of the euro area as a zone of stability”, and indicated that a common bond would be harmful for a “weak” country as “it would foster the illusion that it is possible for a country to get out of difficulty without having undertaken fundamental reforms.”

Last year Issing told the Frankfurter Allgemeine Zeitung that it would be a “catastrophe” to water down the 'no bailout' clause in the EU treaties, arguing that “it would spell an end to the political stability of the monetary union". He said that in order for financial discipline to prevail every member state must be responsible for its own debt and deficits: "without this there would be no end", he said (FAZ, 20 February 2009).

Other prominent German economists agree. Current ECB Chief Economist Jürgen Stark has said "the ban preventing the EU and its member states from taking responsibility for the debts of partner countries is an important foundation needed for the currency union to function." Karl Otto Pöhl, former President of Germany's Bundesbank, said that if Germany decided to bail out other members of the eurozone it would open a Pandora's Box, adding "It would be like jumping in a swimming pool without water".

Many argue that a bail-out is not, in any case, legally possible, pointing to the well-known ‘no bail-out’ clause in Article 103 of the EU treaty. It reads:

“The Community shall not be liable for or assume the commitments of central governments, regional, local or other public authorities, other bodies governed by public law, or public undertakings of any Member State, without prejudice to mutual financial guarantees for the joint execution of a specific project.”

Article 100, on the other hand, notes:

Article 100

1. Without prejudice to any other procedures provided for in this Treaty, the Council, acting by a qualified majority on a proposal from the Commission, may decide upon the measures appropriate to the economic situation, in particular if severe difficulties arise in the supply of certain products.

2. Where a Member State is in difficulties or is seriously threatened with severe difficulties caused by natural disasters or exceptional occurrences beyond its control, the Council, acting by a qualified majority on a proposal from the Commission, may grant, under certain conditions, Community financial assistance to the Member State concerned. The President of the Council shall inform the European Parliament of the decision taken.

Article 103 however prevails over article 100, following a of a declaration inserted at the occasion of the Treaty of Nice, whereby it was recalled that decisions regarding financial assistance, such the ones provided for in Article 100, are compatible with the "no bail-out" rule laid down in Article 103 (1).

Why then, are politicians trying to implicitly link the outcome of the upcoming second Irish referendum on the Lisbon Treaty to the possibility of Ireland securing financial help from other member states?

German MEP Jo Leinen, said the Irish must vote "Yes" if they wish to continue to benefit from the "protective umbrella" the EU provides. And the ‘Generation Yes’ campaign in Ireland claims among its top five reasons for voting ‘yes’ that it is “Our best chance for an economic recovery: Ireland can’t fight global economic forces on its own, in this financial storm the EU is Ireland’s safe harbour.”

These unsubstantiated claims deserve to be challenged. Even if politicians do find a legal way forward, nothing in the Lisbon Treaty changes the simple fact that any financial help flowing across EU borders depends entirely on the willingness of taxpayers – particularly German ones – to cough up, and the clear public opposition to the idea makes it politically unfeasible.

The clear ‘no’ from the Germans shows these attempts to build a common European union of debt by exploiting countries suffering in the crisis are a recipe for disappointment, at best.

(1) http://eur-lex.europa.eu/en/treaties/dat/12001C/htm/C_2001080EN.007001.html and http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+CRE+20090507+ANN-01+DOC+XML+V0//EN&query=QUESTION&detail=H-2009-0237&language=EN

Pieter Cleppe, Head of the Brussels Office of Open Europe

Wednesday, December 31, 2008

10 voorspellingen voor 2009

Vooreerst wens ik iedereen het allerbeste voor 2009. Hieronder volgt een boude poging tot tien voorspellingen voor het komende jaar. Dit geïnspireerd door gelijkaardige lijstjes, zoals de “ten outrageous claims for 2009” van Saxo Bank, de voorspellingen van Goldeagle of die van Mark Andersson.

1) De regering Van Rompuy I valt en het federale niveau blijft in crisis

Bij de regionale verkiezingen van 7 juni 2008 krijgen de traditionele partijen een uppercut te verwerken van de kiezer. Yves Leterme, Jo Vandeurzen en Inge Vervotte worden opnieuw Minister in de Vlaamse regering, een coalitie van CD&V, Open VLD, LDD en N-VA. De Vlaamse regering neemt definitief elke bevoegdheid tot het voeren van communautaire onderhandelingen over van het federale niveau. De onderhandelingen voor een nieuwe federale regering slepen aan voor onbepaalde tijd.

2)
De Euro komt onder druk maar Italië blijft de in de eurozone

De economische crisis blijkt ernstiger dan gevreesd voor de staatsbegrotingen van Club Med landen Italië, Spanje en Griekenland. Italië, dat een zware staatsschuld torst, slaagt er niet in om nog krediet te verkrijgen en dreigt de weg op te gaan van Argentinië. Duitsland kampt zelf met ernstige budgettaire problemen als gevolg van de crisis en kan of wil Italië niet voldoende van kredieten voorzien. De Italiaanse politieke klasse wordt door het bedrijfsleven onder druk gezet om een devaluatie door te voeren. Aangezien de bevolking niet bereid is om zware loonsdalingen te aanvaarden beslist Italië na enkele dagen onzekerheid in de eurozone te blijven en een omvangrijk besparingsplan op te zetten waarbij zwaar gesneden wordt in de Italiaanse publieke sector. Dagenlange betogingen van ambtenaren worden op algemeen misprijzen onthaald en de regering haalt haar slag thuis. Het tumult zorgt voor een verdere daling van de waarde van de Euro ten opzichte van de Zwitserse Frank die ze na eerdere interestverlagingen door de ECB al had verloren. In Duitsland roept de CSU op om termijn naar de D-Mark terug te keren, waarschuwend dat de volgende keer andere lidstaten zullen delen in de klappen.

3) Grote internationale prijzenstijgingen

De effecten van de gecoördineerde interestdalingen van de centrale banken van de Eurozone, de V.S. en het V.K. worden zichtbaar, met extreme prijzenstijgingen als gevolg van de valsemunterij van de centrale banken. Inflatie en stagnatie van de economische groei zorgen voor het fenomeen “stagflatie”, bekend van de jaren ’70. De prijsverminderingen van olie worden ongedaan gemaakt door de ontwaarding van het geld.

De waarschuwingen voor prijsdalingen van producten wat de economie zou schaden en wat gecompenseerd zou moeten worden door het printen van geld blijken ongegrond. Integendeel blijkt dat het printen van geld en de prijzenstijgingen als gevolg van die geldontwaarding net het economisch herstel tegenhouden.

Nochtans is er een waarschuwing geweest, namelijk door het feit dat “Helicopter” Bernanke gefeliciteerd werd door de Centrale Bank van het schurkenregime in Zimbabwe, dat geteisterd wordt door een inflatie van 516,000,000,000,000,000,000 procent. De Reserve Bank of Zimbabwe schrijft:

As Monetary Authorities, we have been humbled and have taken heart in the realization that some leading Central Banks, including those in the USA and the UK, are now not just talking of, but also actually implementing flexible and pragmatic central bank support programmes where these are deemed necessary in their National interests.

That is precisely the path that we began over 4 years ago in pursuit of our own national interest and we have not wavered on that critical path despite the untold misunderstanding, vilification and demonization we have endured from across the political divide.

Yet there are telling examples of the path we have...For instance, when the
USA economy was recently confronted by the devastating effects of Hurricanes Katrina and Rita, as well as the Iraq war, their Central Bank stepped in and injected life-boat schemes in the form of billions of dollars that were printed and pumped into the American economy.

Bron

Toch een positieve noot is dat tegen het einde van het jaar het bedrog van Keynes (geld printen om de economie te helpen) nu definitief gediscrediteerd zal zijn. Een algemene consensus tekent zich af om de centrale banken terug op West-Duitse leest te schoeien met als prioriteit het stabiel houden van de geldhoeveelheid. Het internet speelt een belangrijke rol in de ondergraving van de visie van Keynes die in 2008 werd geïmplementeerd.

4) Obama bespaart en de Dollar daalt minder dan verwacht

De Amerikaanse President Obama maakt een prioriteit van besparingen en de hervorming van het ziektezorgstelsel wordt op de lange baan geschoven. De arrogante chief economic advisor Larry Summers wordt het mikpunt van zwaar vakbondsprotest, maar de Obama-administratie buigt niet, daarbij gesterkt door een slechter wordende economische situatie. Tegen het einde van het jaar staan alle besparingen op de rails. De verbeterde budgettaire situatie van de V.S. helpt de Dollar herstellen.

5) De groei van de ontwikkelingslanden vertraagt maar ze houden zich goed

Zelfs de wereldwijde crisis krijgt minder dan verwacht impact op de groei van de economieën van China en India. Hoewel ze vertragen breekt er geen sociaal protest uit, blijven ze internationale investeringen aantrekken en investeren ze zelfs ook meer en meer in het buitenland. In het bijzonder Afrika geniet van een massale stijging van Aziatische investeringen, wat ook in het Westen een hernieuwde aandacht voor het armste continent bijbrengt. Breedband-internet breekt door in Afrika, wat ook de basis legt voor een Afrikaanse outsourcingseconomie.

6) Angela Merkel wint de Kanseliersverkiezingen in Duitsland

Das Mädchen doet het beter dan verwacht bij de verkiezingen in Duitsland. De FPD en de Linkspartei doen het eveneens goed. Zware verliezen worden geïncasseerd door de SPD, die verantwoordelijk wordt geacht voor een mislukt antwoord op de economische crisis. Merkel vormt een nieuwe coalitie met FPD en Guido Westerwelle wordt de nieuwe Minister van Buitenlandse Zaken en voert zijn belofte door om ontwikkelingshulp te schrappen voor homofobe landen. In de nieuwe regering krijgt de CSU een bijzonder grote invloed en diepgaande hervormingen om de blijvende economische crisis aan te pakken komen weer meer prominent op de voorgrond.

7) Irving Saladino breekt het wereldrecord verspringen in 2009 en Cercle Brugge verovert de beker van België voetbal

Na een prestatie van 8.73 m in 2008, is de Panamese verspringer Irving Saladino niet zo heel ver meer af van één van de meest mythische sportprestaties, het wereldrecord verspringen, dat op dit moment op naam van de Amerikaan Mike Powell staat met een sprong van 8.95 meter in 1991 in Tokyo. Goed mogelijk dat hij er dit jaar in slaagt. En waarom niet onmiddellijk de 9 meter grens doorbreken?

Terwijl iedereen erkent dat Standard sportief oppermachtig is in de Belgische voetbalcompetitie, moet het ook duidelijk zijn dat Cercle Brugge organisatorisch oppermachtig is. Met een piepklein budget en zware concurrentie van Club Brugge in eigen stad, staat Groen-Zwart op dit moment toch maar op de vijfde plaats in de rankschikking. De Beker van België zou dan ook oververdiend zijn voor de enige professioneel bestuurde club van het land.

8) President Klaus verstoort de orde in de EU

Vanaf 1 januari is Tsjechië voorzitter van de EU. Het leidt dan ook geen twijfel dat Vaclav Klaus, die momenteel president is van Tsjechië, deze gelegenheid niet zal laten voorbijgaan om voor opschudding te zorgen. Eerder was hij reeds communistisch dissident (al was het dan ondergronds, hij gaf zelf toe dat hij zich onder het regime koest hield), splitste hij zijn land Tsjechoslovakije (wat achteraf gebleken een geschenk is geweest voor de bevolking, in de eerste plaats voor Slovakije trouwens) en protesteerde hij tegen de klimaathysterie in zijn boek “Blue planet in green shackles”, daarbij waarschuwend voor de haat tegen de vrijheid die het klimaatactivisme kenmerkt. Nu krijgt hij dus de kans om zijn verzet tegen centralisering van de macht in Europa dus tot een hoogtepunt te leiden.

Zie ook deze vooruitblik door Open Europe over de EU in 2009: http://www.openeurope.org.uk/research/eu2009.pdf

9) Ierland zegt opnieuw “neen” tegen de Europese Grondwet

De Europese Grondwet (nu bekend onder de schuilnaam “het Verdrag van Lissabon”), die poogt om de macht verder te centraliseren in Europa, zal wellicht opnieuw aan het Ierse volk worden voorgelegd. Alhoewel dit verre van zeker is, gok ik toch op een tweede “no”. De farce is al te duidelijk (of hebben de Amerikanen het ook niet goed begrepen, en moeten ze “ opnieuw een kans krijgen om te stemmen”, want was McCain niet overduidelijk de beste kandidaat?).

10) Robert Mugabe wordt afgezet

Het regime van de meest visuele tiran van deze wereld is hopelijk geen lang leven meer beschoren. Eindelijk gaan ook in Zuid-Afrika ook stemmen op om iets te doen aan de vroegere lieveling van links en een Nederlandse krant pleitte zelfs voor het herinvoeren van de tirannenmoord. Mugabe heeft tot dusver de kaart van het slachtofferisme tot op de laatste momenten nog perfect weten te spelen, maar het is heel onwaarschijnlijk dat alles bij het oude blijft. Een groot vraagteken is echter hoe (intern-extern?), en laat ons dan ook hopen dat de overgang voor de bevoling zo vredevol mogelijk mag verlopen.

Sunday, December 21, 2008

De federale regering heeft haar overbodigheid bewezen

Heeft dit land wel een nieuwe federale regering nodig? Voorzover de huidige reeds ontslag heeft genomen, natuurlijk, want nog steeds heeft de Koning het ontslag van de huidige regering niet aanvaard, wat een unieke situatie lijkt. Geen twijfel mag dan ook bestaan over de ernst van deze politieke crisis, ten minste voor het voortbestaan van de Belgische staat, minder voor de burgers.


Nog steeds zijn vijf regeringen actief in dit land (de Vlaamse, Waalse, Franstalige gemeenschaps-, Brusselse en Duitstalige regering) terwijl de federale regering reeds sinds juni 2007 verlamd is. Een groot probleem is dit niet, want met het nodige pragmatisme zijn dringende beslissingen wel gebeurd het voorbije anderhalf jaar.

Nu treed de verlamming van het federale niveau dus nog een stadium verder in, met het wegvallen van Vlaams stemmenkampioen Yves Leterme uit de Belgische politiek en het vooruitzicht van Vlaamse en Europese verkiezingen in juni 2009 (of februari 2009, met een betwistbare vervroeging van Vlaamse en Europese verkiezingen).

De rampregering Leterme I eindigt in ongrondwettelijkheid (een schending van de scheiding der machten!) en inbreuken van de strafwet (beroepsgeheim). Om nog maar te zwijgen van de zware schendingen van de eigendomsrechten van de Fortis-aandeelhouders, wat het moedige arrest van het Hof van Beroep gelukkig heeft proberen ongedaan maken. De rechterlijke macht heeft daarna met op kop voorzitter van het Hof van Cassatie Ghislain Londers orde op zaken gesteld door de interventie van de regering in de beslissingen van rechters te hekelen. Deze lijnrechte aanvallen van de rechterlijke macht op de politieke kaste werden breed gedragen door de bevolking en mogen als zwaar schot voor de boeg dienen voor die politici en partijen die in de toekomst denken dit nog eens te mogen proberen. Iedereen weet nu dat rechters het recht spreken, en niet politici, dat aandeelhouders beslissen over hun eigendom, en niet politici.

Nu het respect voor de rechtsstaat is hersteld, komt het probleem met de Belgische staat terug in het vizier: een belastingsdruk die roofbouw pleegt op de burgers en talrijke betuttelingen en corrupte regels die de ondernemingsvrijheid aan banden leggen en een groot deel van de bevolking, voornamelijk in Zuid-België, in comateuze toestand pogen te houden. De onzekerheid over de fall-out van de kredietcrisis maakt een oplossing voor de Belgische crisis meer dan dringend.


Om het Belgische probleem op te lossen, moet één zaak echter duidelijk zijn: een federale regering zal hier geen soelaas brengen, integendeel.

In het Fortis-dossier zijn de aandeelhouders het best in staat om de verdere afhandeling van hun eigendom te regelen, een federale regering is daar niet voor nodig. Net zomin trouwens voor zovele andere dossiers, zoals in de eerste plaats het “interprofessioneel akkoord”.

Vakbonden en werkgevers roepen op tot de vorming van een federale regering, die met belastingsgeld hun compromissen dan maar moet vergemakkelijken en bovendien bindend maken voor alle sectoren in dit land. Een vreemde gedachte eigenlijk. Sociaal overleg zou vrij moeten moeten zijn. Dat Rudi Thomaes en Luc Cortebeeck een akkoord sluiten is wenselijk, en met gecentraliseerd sociaal overleg is op zich niets verkeerd, maar als sectoren verkiezen om de lonen meer te laten stijgen of dalen, is dit toch eigenlijk de logica zelve. Waarom een uniform keurslijf willen opdringen aan de diverse economische realiteiten in dit land?

De keizer is naakt. De federale regering waar de politieke kaste zo naar smacht heeft al anderhalf jaar de eigen overbodigheid bewezen. Wat er wel echt nodig is, is een fundamentele sanering van het Belgische systeem. Meer en meer wordt duidelijk dat een splitsing van de staat daar het enige middel toe lijkt.

Zo’n splitsing van de staat hoeft en mag zelfs geen revolutie zijn. Integendeel is die splitsing reeds ingezet, want het federale niveau is reeds anderhalf jaar afwezig van deze wereld, op de talrijke schijnmanoeuvres na.

Hoe zal de splitsing nu verder verlopen?

Of er nu federale verkiezingen komen of niet (zonder oplossing voor BHV zijn deze trouwens ongrondwettelijk, volgens het Grondwettelijk Hof), zeker is dat toekomstige institutionele onderhandelingen enkel moeilijker zullen worden. Elke dag dat de federale regering niet bestaat, is de onafhankelijkheid van de deelstaten een feit. Die onafhankelijk wordt dus met de dag ook meer en meer definitief.

Het Belgisch staatsvehikel wordt zo meer en meer een transfer-vehikel van voornamelijk sociale zekerheidsgeld van noord naar zuid. De onvrede hierover in Vlaanderen is nagenoeg bekend, en zou eigenlijk nog meer moeten toenemen wanneer men weet dat naast Polen en Litouwen enkel België twee steden levert voor de bedenkelijke top 10 van Europese steden met de hoogste werkloosheid: Charleroi en Luik (cijfers van Eurostat, zie: http://lvb.net/item/6605). De werkloosheidsval (onbeperkte uitkeringen, kindergeld, subsidies allerhande, afhankelijkheidscultuur, verspilling, corruptie, …) is hier natuurlijk de oorzaak van, en het grimmige PS-apparaat de uitvoerder, maar wie financiert deze immorele situatie? Juist: de Vlaamse belastingsbetaler.

Het Vlaamse ontwaken hierover is slechts een kwestie van tijd en het staat dus in de sterren geschreven dat in de komende jaren de sociale zekerheid zal worden gesplitst, want het federale geld dat naar het federale niveau vloeit, daalt dankzij de Lambermont-staatshervorming jaar na jaar (bij de Lambermont-staatshervorming in 2001 hebben de Franstaligen meer middelen voor hun gemeenschapsonderwijs verkregen, wat echter tot een drooglegging van het federale niveau leidt op termijn).

De Vlaamse “zorgverzekering” zal de stijgende eigen inbreng van patiënten voor gezondheidszorg compenseren, wat een de facto splitsing van de gezondheidszorg met zich meebrengt. Een eigen Vlaamse sociale zekerheid naar Belgisch – verspillend en inefficiënt - model is dan wel niet wenselijk, maar de kleinere schaal van een Vlaamse staat zal een veel grotere ruimte voor privaat initiatief moeten laten, een goede zaak dus.

Na de splitsing van de sociale zekerheid zal de wil van de Franstaligen om België nog te behouden sterk afkoelen. De socialistische uitkerings-baronnen in het zuiden zullen alle moeite van de wereld doen om een nieuwe broodheer te vinden, en het lijdt weinig twijfel dat zij zich daarvoor naar Frankrijk zullen richten. Velen denken dat Frankrijk niet in Wallonië is geïnteresseerd, maar de corrupte Franse politieke klasse zal maar al te graag belastingsgeld naar Wallonië overmaken om de eigen macht te kunnen uitbreiden en een bod op Brussel te doen, zich goed bewust van het feit dat ze Brussel niet zullen binnenhalen, maar louter om dan toch iets anders te kunnen binnenhalen op EU-niveau. De aanhechting bij Frankrijk zou een ramp zijn voor Wallonië. Wallonië kan in 10 jaar tijd een nieuw Slovakije worden, maar een pijnlijk proces is daarvoor nodig.

Als weeskind van de overleden Belgische staat zal Brussel intussen worden bestuurd door drie regeringen: de Vlaamse regering, de Franstalige gemeenschapsregering en de Brusselse gewestregering. Op termijn is deze situatie onhoudbaar, maar de Brusselse gewestregering zal zich niet kunnen richten tot het nu reeds nagenoeg failliete Zuid-België. Ook de eventuele nieuwe broodheer Frankrijk zal geen optie zijn, want diplomatiek is het onwaarschijnlijk dat het Verenigd Koninkrijk of Duitsland een Frans Brussel zouden aanvaarden. Aangezien Brusselaars weinig op hebben met de Vlaamse overheid (hoewel de meesten onder hen verfranste Vlamingen zijn), blijft maar één optie over voor Brussel: eigen verantwoordelijkheid nemen. Het Belgische kind zal volwassen moeten worden.

Niet zoals een Brussels DC, want die stad is wellicht één van de slechtst bestuurde steden van de V.S., met hoge onveiligheidscijfers en arme minderhedengetto’s, en bovendien een veel te lage graad aan zelfbestuur. Het is geen toeval dat op de nummerplaten in Washington D.C. de vermelding “taxation without representation” is te vinden.

Een onafhankelijk Brussel zal zich in tegenstelling aan die andere kleine staat met Europese instellingen moeten spiegelen, namelijk Luxemburg. In de eerste plaats zal het op zoek moeten naar inkomsten.

In de eerste plaats zou dan het peperdure Brusselse systeem van besturen worden hervormd. Gedaan met de opdeling Gewest – VGC – Cocof - GGC. Eén bestuur. Gedaan ook met bepaalde baronietoestanden die in gemeenten bestaan. Gedaan wellicht ook met de overbelasting van het Brusselse wegennet, dit door het invoeren van een “congestion charge” zoals in Londen of Milaan. Eventueel kan een belasting worden ingevoerd voor buitenlanders die er werken (Vlamingen, Europese ambtenaren), maar Brussel zal niet zover kunnen gaan als het wil, want vitale infrastructuur voor Brussel ligt op Vlaams grondgebied (luchthaven, ring, spoor) en Europese ambtenaren kunnen perfect verhuizen naar Straatsburg of ergens anders indien Brussel zijn hand overspeelt. Vlaamse Brusselaars zouden daarom ook moeten worden gerespecteerd, en misschien zijn ze door een onafhankelijk Brussel wel beter af, zoals Vlaamse Brusselaar André Monteyne schrijft in “De stadstaat Brussel en de Vlamingen”.

In Vlaanderen zelf zal de nieuwe grote uitdaging zijn om fors te gaan snijden in het ambtenarenapparaat en het oerwoud aan Vlaamse regelgeving, want al gauw zal de Vlaamse staat de Belgische staat als grote boeman vervangen. De overname van een groot deel van de Belgische staatsschuld zal daar trouwens ook wel voor zorgen.

De Belgische splitsing zal “en stoemelings” gebeurd zijn. Internationaal gezien zal het een mokerslag betekenen voor diegenen die de Europese Unie willen doen evolueren naar een corporatistische superstaat waar overregulering en bureaucratisering aan de orde van de dag zijn en een artificieel Europees semi-racistisch natiegevoel wordt gepropageerd gericht tegen Amerikaanse en Aziatische vrienden en handelspartners. De toekomst is aan een vrije wereld met kleine als bedrijf bestuurde staten die vrij handel drijven in vrede. Een opsplitsing van de macht in het hart van West-Europa zal daartoe een mooie stap vooruit zijn.

Appendix: zijn federale verkiezingen wel mogelijk?

Volgens velen zijn federale verkiezingen wel degelijk mogelijk zonder een oplossing voor het probleem Brussel-Halle-Vilvoorde. Het argument hiervoor luidt dat “het de Kamer is die volgens artikel 48 van de grondwet de geloofsbrieven van haar leden onderzoekt en eventuele geschillen beslecht.” Ook zou artikel 65 van de grondwet dat bepaalt dat “Kamerleden voor vier jaar worden verkozen en dat de Kamer om de vier jaar moet worden vernieuwd” dit mogelijk maken.

Niets is echter minder waar. Parlementsleden verliezen inderdaad na 4 jaar hun bevoegdheid om wetten uit te vaardigen voor de bevolking, maar het feit “de Kamer geloofsbrieven van haar leden onderzoekt en eventuele geschillen beslecht” veronderstelt eerst dat er een Kamer moet zijn (het Grondwettelijk Hof verklaarde zichzelf blijkbaar wel onbevoegd in het verleden). De groep politici die zich na de volgende federale verkiezingen zonder oplossing voor BHV “Kamer” of “Senaat” zal noemen op grond van een verkiezing die niet conform was met de procedure beschreven in de Grondwet, heeft helaas niet meer recht op de naam “Kamer” of “Senaat” dan de bestuursleden van een duivenclub die op basis van hun eigen - niet-Grondwettelijke - procedure zijn verkozen. Op dat moment is er immers in het geheel geen “Kamer” of “Senaat” die zich over geloofsbrieven kan of mag uitspreken. Al is dit een zeer strikte interpretatie van de Grondwet die natuurlijk niet gevolgd zal worden (maar wel degelijk munitie biedt om het voortdurende overtreden van de eigen regels door politici te hekelen).







Labels: , ,